Blog

Af en toe een slaappil nemen, kan dat kwaad? Slaapexpert geeft antwoord

In Spreekuur beantwoorden medisch specialisten vragen van patienten. Deze keer: Ik slaap slecht en neem daarom regelmatig een slaappil. Kan dat kwaad? Slaapexpert Floris Wouterson geeft antwoord.

Die vraag krijg ik regelmatig. En ik begrijp het wel. Je ligt al uren wakker, kijkt voor de zoveelste keer op de wekker en weet dat je morgen vroeg op moet. Zal ik een slaappil nemen of toch proberen op eigen kracht in slaap te vallen? Je twijfelt. Want je wilt liever geen slaapmedicatie gebruiken, maar nóg een nacht wakker liggen zie je ook niet zitten. Maar wat als die pil je helemaal niet de slaap geeft die je lichaam nodig heeft?

Je denkt misschien dat een slaappil je slaap verbetert. Je valt sneller in slaap en hebt het gevoel dat je een goede nacht hebt gemaakt. Maar verdoofd worden is niet hetzelfde als natuurlijk slapen. Veelgebruikte slaapmiddelen zoals temazepam en lorazepam behoren tot de benzodiazepines, ook wel ’pammetjes’ genoemd. Ze versterken de werking van GABA, een stof die je hersenactiviteit afremt. Maar ze verstoren ook je natuurlijke slaapopbouw.

’Nep-slaap’

Een overzichtsstudie van De Mendonça en collega’s (2023) laat zien dat benzodiazepines de diepe slaap en REM-slaap verminderen, terwijl je meer tijd doorbrengt in de normale, minder diepe slaapfase N2. Het verraderlijke? Je hebt het gevoel prima geslapen te hebben, terwijl belangrijke herstelprocessen niet optimaal verlopen. Ik noem dat ook wel ’nep-slaap’.

Maar hoeveel levert zo’n pil eigenlijk op? In een analyse van 24 studies met ruim 2.400 zestigplussers vonden Glass en collega’s (2005) gemiddeld slechts 25 minuten langer slapen. Maar dat betekent niet dat je lichaam ook beter herstelt. Het is vooral de illusie van een herstellende nachtrust.

Bovendien kwamen geheugenproblemen en sufheid overdag aanzienlijk vaker voor. Daar komt het risico op gewenning en afhankelijkheid bij. Stop je na langdurig gebruik, dan kun je tijdelijk nog slechter slapen. Je raakt ervan overtuigd dat je zonder pil niet meer kunt slapen. Terwijl het middel inmiddels onderdeel van het probleem is geworden. Gebruik je al langere tijd benzodiazepines, stop dan niet abrupt, maar overleg met je arts.

Nog even snoozen: onschuldig of beter van niet? Slaapexpert geeft het antwoord

In de rubriek Spreekuur beantwoorden specialisten vragen van lezers. Dit keer: ’Is snoozen slecht voor je, zoals soms wordt beweerd, of valt dat wel mee?’ Slaapexpert Floris Wouterson geeft antwoord.

Het klinkt onschuldig: nog even vijf minuten… Eén druk op de knop van de wekker en de wereld kan wachten. Maar in werkelijkheid zet je iets veel diepers in gang: je haalt je biologische klok uit zijn ritme.

Mini-jetlag

Elke keer dat je snoozet, dwing je je hersenen om opnieuw te schakelen tussen slapen en wakker worden. Dat lijkt onschuldig, maar het zorgt voor een mini-jetlag in je brein. Je hartslag stijgt, stresshormonen schieten omhoog en de natuurlijke alertheidsstijging die je lichaam normaal in de ochtend doormaakt, raakt verstoord.

Toch is snoozen zelden het echte probleem. Het is een symptoom, een signaal dat je slaap niet genoeg herstellend is of dat je bioritme anders tikt dan de klassieke 9-tot-5-maatschappij.

Diepste slaapfase

Veel mensen staan structureel te vroeg op voor hun zogeheten chronotype: hun genetische interne klok die bepaalt wanneer je van nature alert of slaperig bent. Dat zorgt ervoor dat je ’s ochtends wakker wordt midden in je diepste slaapfase, alsof je uit een ander continent komt gereisd.

We noemen dat social jetlag: leven op de klok van de maatschappij in plaats van op die van jezelf. Die klok laat zich niet zomaar herprogrammeren met wilskracht of discipline.

Structurele slaapschuld

Wie ’s ochtends drie keer op snooze drukt, vecht tegen een lichaam dat nog niet klaar is om te ontwaken. Dat kan een teken van een verstoord bioritme zijn, maar evengoed van een structurele slaapschuld. Hoe vaker dat gebeurt, des te groter de kans dat je herstel onder druk komt te staan.

Sommige mensen zeggen: „Ik vind het zalig om nog even te doezelen.” Prima, als dat echt zo is. Maar weet dat het een aanslag op je mentale frisheid gedurende de dag is.

De oplossing zit niet in een luidere wekker, maar in het herstel van de afstemming tussen jouw biologie en je leefstijl. Want zodra die twee weer samenvallen, heb je geen snoozeknop meer nodig. Dan weet je lichaam precies wanneer het tijd is om wakker te worden.

Bron: Telegraaf

Oordopjes tegen snurken, mogelijk schadelijk?

Oorarts waarschuwt voor achtergebleven stukjes oordopjes: ’Je trommelvlies kan scheuren’

Schuimrubberen oordopjes die bezoekers op bijvoorbeeld festivals en bij concerten dragen, kunnen in de gehoorgang blijven vastzitten en zelfs tot schade leiden. KNO-arts Dennis Kox waarschuwt bij RTL dat verkeerd gebruik van de goedkope oordopjes vervelende gevolgen kan hebben.

„Als je ’m steeds verder duwt, komt hij op een gegeven moment tegen het trommelvlies aan. Daar kan hij tegenaan plakken, waardoor je trommelvlies scheurt als je het oordopje eruit trekt”, aldus Kox tegen de zender.

De goedkope schuimrubber dopjes zijn vaak bedoeld voor eenmalig gebruik, maar veel mensen gebruiken ze vaker. Daardoor kunnen de dopjes slijten en kunnen stukjes achterblijven in het oor.

Ook neemt de kans op oorinfecties toe, omdat op gebruikte dopjes bacteriën kunnen achterblijven. Bovendien zijn de handen van festivalbezoekers niet altijd schoon wanneer zij de dopjes inbrengen of verwijderen.

Pincet erbij, oordop eruit en weer door

RTL sprak met Event Medical Service, die zegt dat medewerkers op festivals minstens één keer per festival een stukje oordop uit een oor halen. Meestal is dat snel verholpen: pincet erbij, oordop eruit en weer door.

Audioloog Jan de Laat raadt wel aan om, als het even kan, eerst warm te douchen voordat je het schuimrubberen dopje eruit haalt.

De GGD raadt de zogenoemde ’herriestoppers’, zoals de schuimdoppen worden genoemd, op haar website regelrecht af. Ze zijn moeilijk in te brengen en vervormen het geluid, waardoor muziek minder helder klinkt. De gezondheidsdienst adviseert daarom oordoppen met een muziekfilter.

Vijf jaar met stukje oordopje rondgelopen

De BBC had in 2022 een voorbeeld van een man die vijf jaar met een stukje oordop in zijn oor had gelopen. Jarenlang dacht hij doof te worden aan één oor. Tot Wallace Lee zelf een cameraatje kocht, dat voorzichtig in zijn gehoorgang schoof en een wit voorwerp zag zitten.

De oorarts verloste hem van een stukje van een ’geluidsstopper’ die hij waarschijnlijk ooit tijdens een vakantievlucht had in gedaan.

Overigens kun je zonder goede gehoorbescherming gehoorschade oplopen. Bij zeer hoge geluidsniveaus kan al na korte tijd permanent gehoorverlies of een blijvende piep of brom (tinnitus) ontstaan.

Bron: Telegraaf

Dit zijn negen onverwachte factoren die je nachtrust kunnen verstoren: ’Zit 30% meer cafeïne in dan normale variant’

Dat je van koffie en blauw licht minder goed slaapt, weten we intussen allemaal. Maar ook minder voorspelbare factoren kunnen je slaapkwaliteit verslechteren. Slaapexperts Johan Verbraecken en Inge Declercq onthullen enkele onverwachte boosdoeners.

Voor wie lang en gezond wil leven, is een goede nachtrust essentieel – daar zijn ongeveer alle wetenschappers het over eens. En hoewel het soms moeilijk is om je te verzekeren van een kwalitatief hoge slaap, zijn er ook veel factoren die je wel zelf in de hand hebt.

Kort gezegd draait veel om slaaphygiëne, oftewel je slaap- en levensgewoonten en -omstandigheden. Veel van die tips kennen we intussen wel, maar sommige slaapverstoorders zullen je ongetwijfeld verbazen.

Dr. Inge Declercq, neurologe en slaapexpert verbonden aan UZA (Universiteits Ziekenhuis Antwerpen), en professor dr. Johan Verbraecken, medisch coördinator van het slaapcentrum UZA lichten er negen toe.

1. Spannend lees- of luistervoer

Lezen kan weliswaar een manier zijn om tot rust te komen voordat je gaat slapen, maar volgens Inge Declercq is het belangrijk om wat je leest en hoe je dat doet aan te passen aan de gelegenheid.

„Urenlang in bed een spannende roman lezen, is geen goed idee. De kans is namelijk groot dat je te veel wordt meegezogen in het verhaal, waardoor je slaapkwaliteit kan verslechteren. Hetzelfde geldt trouwens voor een serie of een podcast. Wil je graag een kwartiertje lezen voordat je gaat slapen, dan kan dat perfect, maar kies voor luchtige materie en een gedempt leeslicht”, aldus dr. Declercq.

Wil je echt tot rust komen voor het slapengaan, dan bestaan er wat betreft de auteur van het boek De kracht van slapen betere manieren. Ze raadt aan om 20 à 30 minuten voor je naar bed gaat de tv uit te zetten of je boek aan de kant te leggen. Ga vervolgens aan de slag met ontspanningsoefeningen, meditatie of een piekerboekje om de indrukken van de afgelopen dag te verwerken en helemaal te ontspannen.

2. Cola light

De negatieve impact van koffie op onze slaap is al lang geen geheim meer, maar andere cafeïnehoudende dranken liggen minder voor de hand.

„Met name cola light en zero zijn verraderlijk. Omdat die geen suiker bevat, zien we het als een onschuldig drankje. Maar dat suikergehalte zegt niets over de cafeïne – cola light en cola zero bevatten zelfs tot dertig procent meer cafeïne dan gewone cola. Je zou je verbazen over hoeveel mensen liters van die frisdrank op een dag drinken en vervolgens klagen over slaapproblemen”, vertelt professor Johan Verbraecken, auteur van de boeken SOS Slaap en Slaap. Het nieuwe medicijn.

Wil je kunnen genieten van een herstellende slaap, dan kun je het beste zo vroeg mogelijk op de dag stoppen met cafeïne-innmame. De hoeveelheid cafeïne in je lichaam halveert namelijk iedere vijf uur, wat betekent dat er na tien uur nog steeds 25% in je bloed zit.

3. Een heet bad

Na een druilerige, koude dag kan een warm bad wonderen doen. Een (te) warm bad net voordat je in bed kruipt, kan echter funest zijn voor je nachtrust.

„Een erg warm bad kan je lichaamstemperatuur opdrijven. Op zich geen probleem, ware het niet dat die temperatuur ’s avonds juist een beetje moet dalen om goed te kunnen slapen. Kies dus liever voor een douche, een minder warm bad of een bad vroeger op de dag”, raadt Inge Declercq aan.

4. Laat sporten

„’s Avonds sporten is populair, aangezien dan de meeste mensen tijd hebben. Daar is op zich niets mis mee, maar let er wel op dat je minstens twee uur ruimte laat tussen het einde van je training en het moment waarop je gaat slapen. Tijdens zo’n sportsessie gaan je bloeddruk en hartslag namelijk omhoog en, tenzij je een heel erg goede conditie hebt, duurt het even voordat die voldoende zijn gedaald om in te slapen”, aldus professor Verbraecken.

Eindig je je sportsessie in de kantine met een glaasje (alcohol) of twee? Ook dat is niet per se een goed idee, want hoewel alcohol ervoor kan zorgen dat je makkelijker inslaapt, zorgt het er ook voor dat je minder goed doorslaapt tijdens de nacht.

5. Een snack voor tv

„Ons lichaam heeft het ’s avonds aanzienlijk moeilijker om suikers te verwerken. Daardoor zorgt zelfs een kleine snack in de avond al snel voor een suikerpiek en moeite om in te slapen. Wanneer die piek voorbij is, kan je lichaam bovendien extra cortisol gaan aanmaken en krijg je later tijdens de nacht een hypoglycemie of bloedsuikercrash, met als potentieel resultaat dat je badend in het zweet wakker schiet”, vertelt Declercq.

6. Cortisonen, luchtwegverwijders en hoestsiroop

Medicijnen hebben bijwerkingen en heel wat producten kunnen onder andere de slaapkwaliteit verminderen. „Vooral cortisonen zijn berucht en dat is op zich niet verwonderlijk, want ze lijken sterk op het stresshormoon cortisol. Daardoor hebben ze een negatieve impact op het slaap-waakritme. Indien mogelijk kan je ze het beste ’s ochtends innemen om je slaap niet te verstoren. Ook luchtwegverwijders, zoals astmapuffers, kunnen je nachtrust beïnvloeden, omdat ze de hartslag opdrijven”, weet professor Verbraecken.

Oudere anti-allergica, die vaak nog zonder voorschrift verkrijgbaar zijn, zorgen voor een versuffend gevoel en een kortere inslaaptijd. Daar staat tegenover dat ze lang nawerken, waardoor je moe wakker wordt en concentratieproblemen kan ervaren.

„Let ook op met hoestsiroop, vooral producten die bedoeld zijn om een droge hoest te onderdrukken. Die bevatten namelijk stoffen die lijken op opiaten en kunnen slaapapneu verergeren of zelfs veroorzaken”, waarschuwt dr. Declercq.

7. Blauwe lichtfilters op je telefoon

Blauw licht is slecht voor onze biologische klok, maar wie z’n telefoon niet kan missen, kan tegenwoordig gelukkig een beroep doen op de zogenaamde ’blauwlichtfilters’. Een ideale oplossing voor een vervelend probleem zou je denken? „Blauw licht is helaas niet de enige reden waarom je voor het slapengaan beter niet op je telefoon kunt zitten. Wanneer je doelloos scrolt, je whatsapp-berichtjes leest of je mail checkt, krijgt je lichaam namelijk een dopamineboost. Die neurotransmitter zorgt niet alleen voor een opgewekt, maar ook voor een wakker effect”, legt Declercq uit.

8. Cannabis

Roken zorgt hoe dan ook voor een slechtere nachtrust. Nicotine kan er namelijk voor zorgen dat je je gespannen en angstig voelt, maar rokers ervaren ’s nachts bovendien vaak afkickverschijnselen die hun slaap in de war sturen.

Maar ook voor wie denkt dat een jointje wél goed is voor de nachtrust, is er slecht nieuws. Op korte termijn is het inderdaad zo dat cannabisgebruik de aanmaak van melatonine beïnvloedt, waardoor inslapen vaak makkelijker gaat. De invloed op de REM-slaap en het diepe slaapritme is echter minder positief en bovendien kan langdurig cannabisgebruik het natuurlijke dag-nachtritme verstoren”, weet professor Johan Verbraecken.

9. Uitslapen

Hoe regelmatiger je nachtrust, hoe beter, maar door uiteenlopende redenen is het niet altijd mogelijk om iedere nacht voldoende uren nachtrust te pakken. Dat slaaptekort inhalen kan niet zomaar.

„Voor veel mensen is het weekend het enige moment van de week waarop ze kunnen uitslapen en dat leidt weleens tot excessen. Wil je je slaapritme niet te erg verstoren, mik dan op maximaal 1,5 uur extra slaap per nacht. Slaap je te lang door, dan kan je aan het einde van de nacht nog in een diepe slaap zitten, wat weer kan zorgen voor hoofdpijn of een slaapdronken gevoel wanneer je wakker wordt. Te vaak te lang doorslapen kan je natuurlijke ritme bovendien overhoop helpen”, besluit Declercq.

Bron: Telegraaf

Zo leef en beweeg je gezond volgens de sportarts: ’Dit ’s ochtends 10 minuten doen, zal je slaap verbeteren’

Als huisarts én sportarts ziet dokter Gianni Faelens elke dag hoe mensen hun gezondheid over- of onderschatten en vooral: verkeerd aanpakken. Zelf houdt hij het bewust simpel. ’Je kan tienduizend dingen doen, maar enkele basics maken het verschil.’

Breng elke ochtend 10 minuten in het zonlicht door

„Het eerste wat ik doe als ik opsta, is naar buiten gaan. Zelfs in de winter. Tien minuten is genoeg: een koffie op het terras, even frisse lucht, maar vooral: echt daglicht. Dat buitenlicht is een veel sterkere prikkel voor onze hersenen dan al het binnenlicht. Zelfs op de donkerste dag van december is het buitenlicht tien keer krachtiger dan de lampen in je huis.”

„Dat is belangrijk omdat onze meesterklok – het deel van de hersenen dat ons slaap- en waakritme regelt – dat ochtendlicht nodig heeft om op gang te komen. ’s Ochtends maakt je lichaam een beetje cortisol (het hormoon dat je lichaam beschermt tegen onder meer ziekte en stress, red.) aan. Dat wordt vaak als iets negatiefs gezien, maar je hebt dat nodig om wakker, alert en energiek te worden. Door die ochtendprikkel krijgt je melatonineproductie (het hormoon dat je slaperig maakt, red.) ook een duidelijk signaal: pas ’s avonds weer stijgen. Wie die cyclus elke dag actief opstart door even naar buiten te gaan, slaapt dieper en valt makkelijker in slaap.”

„Veel mensen hebben jaar na jaar een winterdip, maar kijken nooit naar de eenvoudigste oorzaak: ze zien nooit echt daglicht. Binnenlicht — of licht door een raam — is te zwak voor onze hersenen. Daarom is zelfs een korte wandeling ’s ochtends of je bureau dichter bij een raam zetten al winst.”

Probeer te snacksercisen

„Hoewel ik sportarts ben, kom ik door de drukte op het werk vaak niet echt aan sporten toe. Doorheen de dag bouw ik daarom kleine stukjes beweging in. Die ’snack‑exercise’ werkt perfect: tien squats tussen twee consultaties, vijf push‑ups wanneer ik ergens moet wachten, of een wandelingetje van tien minuten als er een gat in de planning zit. „Die korte momenten lijken banaal, maar ze houden je lichaam voortdurend wakker. In plaats van één grote workout te doen en de rest van de dag stil te zitten, is dit veel consistenter. Je suikerspiegel blijft stabieler, je metabolisme krijgt geregeld een duwtje en je lichaam ’herinnert’ zich dat het actief hoort te zijn.”

„Bij diabetespatiënten zie ik zelfs dat deze aanpak vaak beter werkt: niet alles op het einde van de dag compenseren, maar verspreid over de dag micro‑momenten van beweging inlassen. Ik merk dat het aanslaat: patiënten sturen me soms zelfs filmpjes van hun bureausquat-sessies.”

Leef volgens je chronotype

„Slaap is de basis van alles. Als die slecht zit, gaat het ook mis op andere vlakken: eten, bewegen, je wilskracht, je humeur. Je grijpt sneller naar zoet, je hebt minder energie en ook je hormoonbalans raakt verstoord. Ik ben zelf een uitgesproken avondmens. Voor mij voelt om 7 uur opstaan onnatuurlijk. Ik weet dat ik later op gang kom, dus ik begin mijn eerste consultaties pas om 10 uur. Dat werkt voor mij.”

„Veel mensen weten eigenlijk heel goed welk chronotype ze hebben: denk aan hoe je sliep toen je nog geen kinderen had, of hoe snel je op vakantie wakker wordt zonder wekker. Niet iedereen kan zijn actieve uren kiezen, zeker ouders niet, maar zelfs kleine aanpassingen helpen: plan je grootste taken op de momenten dat je het meest alert bent, geen sport ’s avonds als je een ochtendmens bent, enzovoort. Je ritme volgen, geeft je meer energie, maakt je minder kwetsbaar voor cravings en helpt je slaapkwaliteit vooruit.”

Begin niet volle bak met krachttraining

„Krachttraining is wat mij betreft de meest efficiënte manier om aan sport te doen. In een minuut of 45 heb je al redelijk wat bereikt, terwijl dat in duursporten veel moeilijker is. Het is ook een veilige sport, want als je je oefeningen juist uitvoert, is het risico op blessures erg klein. Toch zie ik geregeld overbelastingen. En dat komt door te overdrijven. Een lichaam heeft tijd nodig om zich aan te passen aan extra belasting.”

„Probeer elke week maximaal 10 procent meer belasting op te nemen. Wil je véél sneller meer bereiken, dan zal je lichaam reageren. In de sportgeneeskunde hoor je weleens de legende van Milo. Dat is een Grieks jongetje dat een kalfje kreeg en dat elke dag meenam naar de markt. Elke dag werd dat kalfje een klein beetje zwaarder, en elke dag werd Milo een klein beetje sterker. Zo moet je het ook voor jouw trainingen zien.”

Vergeet je rust niet

„In de tijd van Eddy Merckx was trainen vooral: buitenkomen en kilometers maken. Vandaag kijken we daar binnen de sportwetenschappen en -geneeskunde anders naar. We weten nu ook: na elke inspanning komt er herstel. Op een wat hoger niveau kan een training in een lagere hartslagzone ook. Maar bij beginners is het beter om een tijd te rusten: 24 tot 48 uur.”

„Ook je brein moet trouwens goed uitgerust zijn, na een zware werkdag bijvoorbeeld. Er zijn wetenschappelijke studies die verbanden leggen tussen oververmoeidheid en overprikkelde breinen enerzijds en een hoger risico op blessures anderzijds. Topsporters werken vandaag met mindset engineers: dat zijn coaches die het brein mee trainen. Voor de leek is dat niet nodig, maar weet dat je allicht beter functioneert en presteert als je hoofd uitgerust is.”

Ongetraind? Loop niet meteen drie keer per week

„Lopen is de meest belastende sport voor je lichaam. Zelfs Start to Run is voor sommige mensen al te veel. Zeker voor wie overgewicht heeft: de impact op gewrichten en pezen is dan nog groter. Toch zie ik beginners die al na een paar weken drie keer per week willen lopen. Dat werkt maar heel even: daarna komen de blessures. Je lichaam kan die sprong niet aan.”

„De opbouw moet véél trager dan je denkt: zes weken één keer per week lopen, dan zes weken twee keer, pas daarna drie keer. Dat lijkt traag, maar het is exact wat je lichaam nodig heeft. Combineer het met krachttraining. Voor lopen gaat dat voornamelijk over de benen en je core. Dan verklein je het risico op blessures enorm.”

Bron: Telegraaf

Kun je je slaap in het weekend inhalen? ’Een tuin red je ook niet met zeven emmers water tegelijk’

Veel mensen proberen hun slaaptekort van de werkweek in het weekend goed te maken door langer uit te slapen. Dat klinkt logisch. We spreken tenslotte over een slaapschuld. Maar dat woord zet ons op het verkeerde been, legt slaapexpert Floris Wouterson uit.

„Tijdens iedere nacht vinden belangrijke herstelprocessen plaats, zoals geheugenverwerking, weefselherstel en het opruimen van afvalstoffen in de hersenen. Mis je die slaap, dan kun je deze processen niet simpelweg op zaterdag alsnog uitvoeren.

Herstel lastiger dan je denkt

Langer slapen in het weekend kan je vermoeidheid verminderen en een deel van de achterstand compenseren, maar de herstelprocessen die je eerder hebt gemist, komen niet meer terug. Na één nacht zonder slaap kunnen sommige hersenfuncties zelfs na vier herstelnachten nog niet volledig terug zijn op het oude niveau.

Ons brein houdt bovendien als het ware bij hoeveel slaap het tekortkomt. Daardoor kan het in de volgende nachten meer diepe slaap of REM-slaap produceren. Dat helpt bij het herstel, maar betekent niet dat alles wat eerder is gemist alsnog wordt ingehaald. En juist in het weekend maken we het onszelf vaak nog lastiger.

We gaan later naar bed, eten laat, snacken, drinken alcohol en slapen de volgende ochtend uit. Dat voelt als herstellen, maar voor je biologische klok is het een monsterklus om dit weg te werken.

Sociale jetlag

Chronobioloog Till Roenneberg liet zien dat grote verschillen tussen je doordeweekse en weekendse slaaptijden leiden tot sociale jetlag. De slaapkwaliteit is daardoor slechter, ongeacht hoeveel uur je uiteindelijk slaapt. De grootste winst zit misschien niet eens in langer slapen, maar in regelmatig slapen. Steeds meer onderzoek laat zien dat een vast slaapritme een van de krachtigste voorspellers is van een goede gezondheid.

Slaap in het weekend gerust een halfuur tot hooguit drie kwartier langer uit. Daar kan je lichaam meestal prima mee overweg. Maar zorg er vooral voor dat je gedurende de week je slaapbehoefte dekt. Slaap is geen spaarrekening die je op zaterdag kunt aanvullen. Het is eerder een tuin. Geef je planten een week geen water, dan red je ze niet door er in het weekend zeven emmers tegelijk overheen te gooien.”

Bron: Floris Wouterson | Telegraaf

Expert waarschuwt gebruikers smartwatch: ’Er ontstaat een nieuwe slaapziekte’

In Spreekuur beantwoorden medisch specialisten vragen van lezers. Deze keer: ’Mijn horloge zegt dat ik slecht heb geslapen, terwijl ik me eigenlijk best goed voel. Moet ik mijn smartwatch geloven of mijn eigen lichaam?’ Slaapexpert Floris Wouterson geeft antwoord.

Het is een vraag die ik regelmatig krijg en het korte antwoord is: geloof nooit blind één getal.

We meten onszelf namelijk massaal. Slaapduur, diepe slaap, rusthartslag en misschien zelfs HRV, (Heart Rate Variabiltiy) oftewel de variatie in tijd tussen twee hartslagen. Dat laatste is een interessante waarde. HRV vertelt namelijk iets over hoe flexibel je autonome zenuwstelsel schakelt tussen belasting en herstel.

Zoektocht naar perfecte slaapdata

Maar daar gaat het ook mis. In 2017 beschreven Amerikaanse slaapwetenschappers voor het eerst orthosomnia: mensen die zo gefixeerd raken op perfecte slaapdata dat die zoektocht juist hun slaap begint te verstoren.

Dat levert een merkwaardige tegenstelling op. Uit tientallen jaren onderzoek weten we dat slaapproblemen vaker voorkomen bij mensen met een lagere opleiding of lager inkomen. Tegelijkertijd worden wearables juist vaker gekocht door hoger opgeleiden en mensen met hogere inkomens. En juist binnen deze opvallend kleinere groep ontstaat dus dit moderne slaapprobleem: orthosomnia.

Placebo-effect

Je ziet een lage HRV, denkt dat je slecht hersteld bent en begint je ook zo te voelen. Dit terwijl HRV sterk verschilt per persoon, leeftijd, stressniveau, training en zelfs per nacht. Trends zijn veel belangrijker dan één losse score. Daar komt nog iets bij: het placebo- en nocebo-effect.

Verwachtingen beïnvloeden hoe we ons voelen. Zie je ’s ochtends een groene slaapscore, dan stap je misschien met vertrouwen uit bed. Zie je rood en een lage HRV, dan kan het omgekeerde gebeuren: je gaat je slechter voelen omdat je dénkt dat je slecht hersteld bent. Je wearable meet dan niet alleen je nacht, maar beïnvloedt ongemerkt ook je dag.

Dus ja, meet gerust. Maar gebruik je smartwatch als kompas, niet als scheidsrechter. Want zodra je horloge bepaalt hoe jij je hoort te voelen, is misschien niet je slaap het probleem, maar je relatie met je data. En eerlijk gezegd: sommige mensen kijken vaker naar hun smartwatch dan naar hun partner (LOL).

Bron: Floris Wouterson | Telegraaf

Gouden tip van KNO-arts: ’Dit helpt veel beter bij verkoudheid dan dat dure spul in de apotheek’

De neus is een fascinerend orgaan. Het ademt, het ruikt, het beschermt onze binnenkant van vuil. En toch is er nog veel dat we nog niet weten. Want waarom hebben we bijvoorbeeld twéé neusgaten?

Een weetje: de vorm van onze neus hangt samen met het klimaat waarin we leven. Brede neuzen komen vaker voor in warme, vochtige klimaten. Mensen in gebieden met een koud en droog klimaat hebben vaker een smalle neus. Dat komt doordat een smalle neus beter in staat is ingeademde lucht op te warmen.

Dat opwarmen is een van de belangrijke functies van de neus, zegt professor Thibaut Van Zele (UZ Gent). „De neus fungeert als een soort airconditioning. De lucht die we inademen wordt gefilterd, opgewarmd én bevochtigd.”

Waarom moet dat?

„Een goed bevochtigde lucht is beter voor de werking van de longen. Te droge lucht zorgt voor uitdroging in de longen. Daarom heeft de neusholte binnenin structuren, neusschelpen die de oppervlakte vergroten, zodat er meer lucht in contact komt met het slijmvlies, dat warm is en vochtig. Het slijmvlies filtert ook de grote deeltjes uit de lucht.”

Hoe werkt die filterfunctie?

„Een dunne laag slijmvlies bedekt de binnenkant van de neus. Je kan het vergelijken met een tapijt, met korte haartjes die allemaal in dezelfde richting staan: naar de keel toe. Die haartjes transporteren het slijmvlies naar achteren en houden stofdeeltjes die de longen zouden kunnen irriteren, tegen. Als je een vuil klusje hebt opgeknapt met veel stof en je snuit achteraf je neus, kan je zien hoeveel vuil daar verzameld kan worden.”

„Er wordt bijna een liter slijm op die manier per dag afgevoerd naar de keel. Bij een verkoudheid merk je het wel. Dan is er veel meer slijm dat ook langs de neusgaten zijn weg naar buiten zoekt.”

Nu u zelf begint over de neusgaten. Waarom hebben we er twee?

„Goeie vraag. Daar heb ik zelf eigenlijk nooit bij stilgestaan. Blijkbaar zou het het aantal geuren dat we kunnen waarnemen fors vergroten en ruiken de neushelften apart andere geuren.”

Een van de meest banale aandoeningen in de neus is een verkoudheid. Wat doe je het best om daar zo snel mogelijk van af te raken?

„Verkoudheden zijn bijna altijd viraal. Antibiotica nemen helpt dus niet. Het enige wat je in eerste instantie moet doen is je neus spoelen met zout water. Negen gram keukenzout oplossen in een liter water en dat met een neuskannetje in je neus laten lopen.”

Er zijn ook heel handige sprays met dat water verkrijgbaar bij de apotheek.

„Dat weet ik, maar ik raad dat nooit aan. Die verstuivers staan onder een hoge druk en geven maar een beperkt volume aan zoutoplossing. Die doen eigenlijk minder goed hun werk.”

Wat doet zo’n zoutoplossing?

„Het spoelt de neus en de sinussen, van voor tot achter. Al het overtollige slijm komt mee en dat zorgt in eerste instantie voor verlichting, al zal het slijmvlies er in eerste instantie niet fors van ontzwellen, zoals met een ontzwellende neusspray.”

„De tweede stap, na die neusspoeling, is het gebruik van een neusspray, maar niet die bekende – en populaire – ontzwellende, zoals Otrivin. Wel eentje met cortisone. Die zijn niet schadelijk en doen goed hun werk. Die andere neussprays raden we af. Je neus gaat er helemaal van open, maar dat is tijdelijk en geeft een vals gevoel van genezing. Als je het langer dan een week gebruikt, dan houd je de neusverstopping juist in stand.”

Dat moet u me toch eens uitleggen.

„We noemen het rhinitis medicamentosa. Zo’n spray werkt ongeveer zes uur. Al die tijd wordt het slijmvlies samengedrukt. Daarna gaat het weer zwellen en zal de aandrang om nog eens te spuiten groot zijn. Als je dat constant doet – dat zwellen en ontzwellen – dan raakt die structuur ontstoken en gaat het meer en sneller opzwellen. En dus blijft men dat gebruiken, constant. Die sprays zijn zonder voorschrift te verkrijgen, waardoor ze veel te veel en te vaak gebruikt worden. Dat is mijn mening.”

Bron: Frank Poosen | Telegraaf

Al 207.000 Belgen slapen met een toestel tegen slaapapneu: “Ik zou het niet meer kwijt willen”

Het aantal Belgen dat een terugbetaling krijgt voor een toestel tegen slaapapneu blijft stijgen. In 2025 waren dat er 207.000, bijna 10 procent meer dan een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van het Riziv. Tegelijk duikt het CPAP-masker steeds vaker op in populaire tv-programma’s zoals ‘Blind getrouwd’ en ‘Bockie gaat naar school’. VRT NWS spreekt met twee gebruikers: Georges, voor wie het toestel intussen vanzelfsprekend is geworden, en Frederik*, die er moeilijker aan went.

Ongeveer 207.000 Belgen kregen in 2025 een toestel tegen slaapapneu terugbetaald. In 2024 waren dat er 188.525, een stijging van net geen 10 procent. Dat blijkt uit cijfers van het Rijksinstituut voor Ziekte-en Invaliditeitsverzekering (Riziv).

De nieuwe cijfers hebben betrekking op patiënten met ernstige slaapapneu, die ’s nachts een auto-CPAP (masker met een pomp) gebruiken of een mandibulair repositieapparaat (een mondbeugel om de onderkaak in de juiste positie te houden).

Wat is slaapapneu? 

Slaapapneu is een slaapstoornis waarbij de ademhaling tijdens het slapen herhaaldelijk minstens 10 seconden stopt of aanzienlijk vermindert. Meestal omdat tijdens de slaap de spieren in de keelholte verslappen en zo de luchtweg afsluiten.

Symptomen zijn luid, onderbroken snurken, hoofdpijn ’s ochtends en slaperigheid overdag. Als slaapapneu niet wordt behandeld, kan het tot allerlei gezondheidsklachten leiden, zoals hart- en vaatziekten.

De meest voorkomende oorzaken van slaapapneu zijn overgewicht en leeftijd. Maar ook afwijkingen aan de kaakbeenderen, vergrote amandelen, een te dikke tong of te smalle keel of neusgangen kunnen slaapapneu veroorzaken.

De CPAP-maskers duiken ook steeds vaker op in de media. In de nieuwste aflevering van ‘Blind Getrouwd’ op VTM is te zien hoe Mattias met een slaapapneu-masker slaapt. Ook Bockie De Repper slaapt met een masker, zoals te zien was in ‘Bompa Bockie’ op Play en heel recent ook in ‘Bockie gaat naar school’. Hij sprak er eerder ook al over in 2024, in het VRT-programma ‘De Columbus’ .

Minder schaamte

Net doordat de CPAP-maskers vaker in de media komen, neemt het een deel van de schaamte bij gebruikers weg. Ook Georges (64) uit Leuven en Frederik* (62) uit Dilbeek hebben slaapapneu en voelen zich steeds comfortabeler om over hun CPAP-toestellen te spreken.

“Niemand gaat op straat roepen dat hij een CPAP-toestel heeft, maar ik merk wel dat veel mensen het erover hebben”, vertelt Georges. “Soms besef je ook niet wie zo’n toestel thuis heeft staan.”

Het ligt niet in mijn aard om daar beschaamd over te zijn, maar ik kan me voorstellen dat mensen dat wel zijn

Frederik* uit Dilbeek

“Het ligt niet in mijn aard om daar beschaamd over te zijn”, zegt Frederik*. “Maar ik kan me voorstellen dat mensen dat wel zijn, omdat zo’n toestel niet echt sexy is.”

Stoppen met ademen tijdens slaap

Georges weet al 2 jaar dat hij slaapapneu heeft. “Ik dacht zelf dat ik goed sliep, ook al werd ik soms wat moe wakker”, vertelt hij. “Maar mijn vrouw vertelde me dat ik soms stopte met ademen tijdens mijn slaap. Het verontrustte haar, dus maakte ik een afspraak bij onze huisarts. Ze verwees me door naar het slaapcentrum van UZ Leuven.”

Daar deed Georges een slaaptest. “Ze zetten allerhande apparatuur op je lichaam. Uit het onderzoek bleek dat ik 38 keer per uur stopte met ademhalen, wat sterk boven de limiet ligt.”

Ook Frederik* herinnert zich zijn slaaponderzoek. “Door mijn aanhoudende vermoeidheid heb ik een slaaponderzoek laten doen in het UZ Jette, op aanraden van mijn huisarts. Dat is niet bepaald aangenaam, maar je weet dat het moet. Ik kreeg de diagnose slaapapneu.”

Zelfs mee op vakantie

Zowel Georges als Frederik* kregen een CPAP-toestel. Het is een apparaat dat tijdens het slapen een constante lichte luchtstroom via een masker naar je neus of neus en mond blaast. Het houdt de luchtwegen open tijdens de slaap, waardoor ademhalingsstops of vernauwingen worden voorkomen.

Georges draagt nu zo’n 2 jaar een CPAP-masker en merkt echt het verschil. “Ik merk dat ik beter uitgeslapen ben en dat ik veel vaster slaap. Ik draag het iedere nacht en neem het zelfs mee op vakantie. Het is geen luxe om mee te slapen, maar je wordt dat gewoon. Ik zou het niet meer kwijt willen.”

Toch heeft het toestel niet enkel voordelen. “Een van de nadelen is dat het een beetje in de weg zit. De slang is best groot en het masker klemt ook een beetje. Als ik het in de ochtend afdoe, dan zie je soms rode strepen op mijn wang. Het is dus wat zoeken naar de meest comfortabele slaaphouding, maar met het masker kan ik ondertussen goed slapen.”

Het is geen luxe om mee te slapen, maar je wordt dat gewoon

Georges uit Leuven

Frederik* merkt bijna geen verbetering, hoewel hij het toestel nu al 3 jaar iedere nacht aan heeft. “De vermoeidheid is enkel toegenomen, ik merk echt geen verandering”, vertelt hij. “Mijn vermoeidheid heeft dus een andere oorzaak, maar die vinden dokters niet.”

“De enige reden dat ik het toestel nog gebruik is omdat ik een aorta-aneurysma heb. Mijn slaapapneu belast mijn hart meer, en met het CPAP-toestel is die hartbelasting minder.”

Ook voor Frederik is het masker niet altijd even comfortabel. “Ik had eerst een neusmasker, maar daar kreeg ik een claustrofobisch gevoel van. Voor mensen met claustrofobie is een CPAP-masker echt geen evidente zaak. Nu heb ik een volgelaatsmasker, dat gaat beter.”

App geeft een slaapscore

Via een app krijgt Georges iedere ochtend een slaapscore te zien. In het CPAP-toestel zit namelijk een simkaart, die de verschillende parameters die het toestal meet kan doorsturen, zoals zijn ademhaling en het aantal keer dat hij wakker werd in de nacht. Die kan hij dan vergelijken met de nachten daarvoor.

Het ziekenhuis kan op die manier ook zien of Georges het apparaat wel degelijk gebruikt. Hij moet zelf namelijk weinig betalen voor het toestel. “Het toestel zelf moet je niet kopen, dat doet het ziekenfonds. Ik betaal zo’n 2,5 euro per maand als eigen bijdrage.”

Ook Frederik* betaalt ongeveer 2 euro per maand. Tijdens zijn jaarlijkse controle kijkt het ziekenhuispersoneel naar het gebruik van het toestel. “Als ze zien dat het voldoende gebruikt is, geven ze die gegevens door aan de mutualiteit.”

Lepeltje-lepeltje liggen

“Het is soms echt wel een gedoe, bijvoorbeeld als je slaapt met je partner”, zegt Frederik*. “Ik moet daar geen tekening bij maken, het is niet altijd even praktisch. Je kan niet altijd lepeltje-lepeltje liggen. Je moet in slaap vallen aan je eigen kant, wat slapen heel individueel maakt.”

Een CPAP-toestel maakt bovendien geluid. “Het zoemt een beetje”, beschrijft Georges. “Zowel mijn vrouw als ik horen het nog wel, maar we storen ons er niet meer aan. Ik heb zelfs de indruk dat ik er makkelijker mee in slaap val. Voor mij wegen de voordelen echt op tegen de nadelen.”

Frederik is een schuilnaam, Georges verkoos om enkel met zijn voornaam te getuigen. Hun beide namen zijn bekend bij de redactie van VRT NWS.

Bron: Nele Gaasbeek | VRT

De meest gestelde vraag aan neus-keel-oorarts Sofie Claeys: “Deze oefeningen kunnen preventief helpen tegen snurken”

In de praktijk van professor Sofie Claeys (UZ Gent) gaat het vaak over snurken. “En het zijn niet alléén maar mannen die het doen. Wanneer het niet alleen de nachtrust van de bedpartner verstoort, wordt het problematisch.”

De vraag: “Dokter, is het snurkgedrag van mijn man normaal?”

“Snurken is in mijn eigen praktijk een van de meest voorkomende problemen. Ik maak ook deel uit van het team van de slaapkliniek, waar we multidisciplinair samenwerken om allerlei slaapproblemen aan te pakken. Er zijn eigenlijk drie groepen mensen die langskomen met vragen over snurken. Toen ik 25 jaar geleden in het UZ in Gent begon te werken bij de slaapkliniek, dacht ik: dat zullen vooral wat oudere, zwaardere mannen zijn. En dat klopt ook voor een groot deel. Vaak komt hun partner mee. Zij beschrijven natuurlijk het geluid, maar ook het naar lucht happen en het vaak wakker worden. Als snurker heb je dat zelf niet altijd door. Tegenwoordig reizen mensen ook vaker in een groep: tijdens een vrijgezellenweekend of een vakantie met vrienden is het snurkprobleem wel eens een gespreksthema.”

“Daarnaast zijn er ook menopauzale vrouwen die last kunnen hebben van snurken en dan spelen er vaak hormonale veranderingen. De derde groep zijn de jongeren, onder wie ook topsporters. Als zij snurken, heeft dat soms effect op hun prestaties en daarom willen zij er iets aan doen.”

Oorzaken: “Soms is de mond gewoon te klein”

“Bij snurken zijn er drie belangrijke niveaus. Het kan gaan om het trillen van weefsel en dat kan ook zonder gezondheidsnadelen. Een iets ergere variant is wanneer er sprake is van een collaps: de ademhalingsweg is vernauwd en je ademhalingsspieren moeten harder werken. Nog zwaarder is de apneu of tijdelijke ademstilstand, waarbij er een obstructie is van de luchtweg. Bij sommigen gebeurt dit vaker dan 15 keer per uur en dan kunnen er ernstige gezondheidsklachten ontstaan.”

“Of het een banaal geronk is, dan wel een rode vlag die wijst op een ernstiger probleem, kun je bepalen met enkele vragen. Snurk je ’s nachts héél luid? Schiet je wel eens wakker – soms ook zonder dat je het zelf beseft? Hap je naar adem tijdens je slaap? Wie overdag overmatig slaperig of prikkelbaar is, of wie bij het ontwaken last heeft van hoofdpijn, zou wel eens last kunnen hebben van apneu.”

“Snurken is eigenlijk het flutteren of trillen van weefsel. Dat heeft te maken met wat extra vet in de hals, of met het losser hangen van dat weefsel naarmate we ouder worden. Maar een ander belangrijk element van snurken is de positie van de tong en of je door je mond of neus ademt. Zo hebben sporters die snurken meestal last van een openmondademhaling en dat heeft impact op hun prestaties én op hun slaapkwaliteit.”

“Als je met je mond open slaapt, schuift je tong naar achteren en trillen de weke delen van de luchtweg meer. Er is ook minder zuurstofuitwisseling bij zo’n ademhaling, waardoor je minder goed recupereert. Als je door de neus ademt, mengt de ingeademde lucht zich met de stikstofoxide die aangemaakt wordt in de neus. Dat stofje komt in de longen terecht en zorgt voor een betere zuurstofuitwisseling naar het bloed. Ook bij oudere mensen is een neusademhaling gezonder, omdat het helpt om te recupereren.”

“Ook fysiologische verschillen zijn belangrijk: de grootte van de kaken, de positie van het gebit of de keel kunnen allemaal een rol spelen. Bij een te kleine mond zal de tong ook wat hoger liggen. En dat kan ervoor zorgen dat je meer door de mond ademt en dus mogelijk ook gaat snurken.”

“In veel andere gevallen speelt gewicht of aanwezigheid van vet rond de hals een rol. Dat zie je ook bij vrouwen in de overgang bij wie de hoeveelheid progesteron en oestrogeen afneemt. Progesteron helpt onder meer een zwangerschap in stand te houden door de ademhalingsprikkel te ondersteunen. Een daling van dat vrouwelijk hormoon kan tijdens de menopauze leiden tot veranderingen in de ademhalingsregulatie. En naarmate het oestrogeen wegvalt, krijg je een andere vetverdeling. Je krijgt centraal meer vetopstapeling, ook rond de hals. Dat kan een impact hebben op de bovenste luchtwegen.”

De oplossingen: “Je kan je mondspieren trainen”

“Afhankelijk van de ernst van het snurken zijn er verschillende oplossingen. Begin met kleine aanpassingen, zoals op je zij slapen. In veel gevallen bespreek ik ook het gewicht van patiënten. Wat preventief kan werken, is je mondspieren trainen met oefeningen – die je vindt op YouTube – waarbij je je tong beweegt, je kin naar voren duwt en strekt. Studies tonen aan dat het een wezenlijk effect oplevert, omdat het helpt met de spanning van het weefsel.”

“Volstaat dat niet, dan kunnen we overgaan op andere behandelingen. Zoals een neusoperatie om de ademhaling daar vlotter te laten verlopen. Ook het wegnemen van de amandelen kan een oplossing zijn. Er bestaat ook iets als stimulatie van de tong: dat werkt als een soort pacemaker op die spier. Maar om over te gaan tot zulke maatregelen, moeten de klachten al vrij ernstig zijn.”

“Nog een ingrijpende oplossing is het dragen van een mondbitje. Daarmee zet je de onderste tandenrij ’s nachts voor de bovenste tandenrij. Ook dat kan het snurken danig verbeteren. Deze oplossing wordt pas terugbetaald als je ’s nachts meer dan 15 apneus per uur hebt. En ook de typische maskers kunnen in sommige gevallen levensreddend zijn. Want zo’n apneu is een enorm stressmoment: je hart en bloedvaten krijgen er een enorme opdonder van. Het heeft gevolgen voor je algemene gezondheid. Zo’n masker is vaak een oplossing om van die klachten af te komen.”

Professor Sofie Claeys schreef in 2025 het boek ‘Je hoeft niet jong te zijn om gezond te zijn’, uitgegeven bij Lannoo. Voor opmerkingen en vragen kan je terecht op Instagram: @sofie.health.be.

Dan moet je écht naar de dokter

“De rode vlaggen waarop wij tijdens een consultatie erg letten zijn: zeer luid snurken of wakker schrikken en naar adem happen. Vaak gaat het ook over apneus waar je zelf niet bewust van bent, maar die je partner wel opmerkt. Ook wie, zeker als jonge persoon, overdag veel slaapt, kan beter eens naar de dokter gaan. Licht snurken kan weleens gebeuren, maar bij apneu zijn er ernstige gezondheidsrisico’s.”

Bron: Jeroen Deblaere | Nieuwsblad