Blog

Experts vertellen: ‘Jong, oud, dik, dun, je tong bepaalt of je een snurker bent’

Geschreven door: Fleur Baxmeier

Ruzie met je partner omdat je ’s nachts hele bossen omzaagt. En nooit meer op vakantie in een tent. Er wordt vaak lacherig gedaan over snurken, maar voor veel mensen is het een groot probleem.

Over snurken doen veel fabels de ronde. Bijvoorbeeld dat snurken voorbehouden is aan mannen met overgewicht. Of dat je alleen snurkt als je je mond open hebt. Sommige mensen zweren zelfs bij een ananasplant in hun slaapkamer, omdat die een einde zou maken aan elke vorm van geronk. In werkelijkheid kan iedereen – jong, oud, dik, dun – de pech hebben een snurker te zijn, want de boosdoener is iets wat we allemaal in onze mond hebben: de tong.

De deskundigen

Snurkexpert Olivier Tielemans werkt bij SomnoClinic, een bedrijf dat zich al meer dan 35 jaar richt op snurkproblematiek.

Liefdesexpert en datingcoach Marie-José Bosch-Kuiper begeleidt mannen en vrouwen naar gezonde, gelijkwaardige relaties.

Als een blokfluit

“Dat is ook de reden dat mensen snurken als ze slapen en niet als ze wakker zijn”, zegt snurkexpert Olivier Tielemans. Overdag is je tong constant actief, maar ’s nachts verslappen alle spieren in je lichaam. Dat is normaal, anders zou je niet kunnen slapen.” Veel mensen weten dit niet, maar je tong is ook een spier. “Als je slaapt, ontspant je tong dus ook,” legt Tielemans uit. “Je tong zakt daardoor naar beneden, richting je keelholte. Dat gebeurt bij iedereen, dus daar hoef je je geen zorgen over te maken.

Bij sommige mensen zakt de tong net wat verder dan bij anderen.” Hierdoor ontstaat een vernauwing in je bovenste luchtweg, wat tijdens het inademen voor onderdruk in je keel zorgt. Tielemans: “Je tong, je huig en de wanden van je keelholte worden daardoor naar elkaar gezogen en dat zorgt voor trillingen. Die trillingen zijn de oorzaak van het snurkgeluid dat veel mensen produceren. Het principe is hetzelfde als bij een blokfluit. Als je de opening van de blokfluit groot maakt, komt er geen geluid uit. Maak je de opening kleiner, dan hoor je wel iets.”

Irritaties en schaamte

Een snurkende partner is funest voor je slaapkwaliteit. Maar volgens liefdesexpert Marie-José Bosch-Kuiper doet het ook iets met je relatie als jij je elke nacht kapot ergert en de ander wakker maakt. “Je merkt zelf niet dat je snurkt, dus je snurkende partner is zich van geen kwaad bewust en ligt lekker te knorren terwijl jij jezelf opvreet,” zegt ze. “Als jij de zoveelste snauw of por geeft om de ander wakker te maken, wordt dat daarom vaak niet in dank afgenomen. Een echtelijk dispuut is dan het onvermijdelijke gevolg.”

Mannen en vrouwen snurken bijna net zo vaak, maar het verschil is dat mannen erom lachen en nog een biertje opentrekken. “Vrouwen vinden het helemaal niet normaal dat ze snurken en schamen zich ervoor,” zegt Olivier Tielemans. “Ik hoor vaak dat vrouwen geen weekendje met hun vriendinnen of kleinkinderen weg durven gaan, omdat ze snurken. Daar is zelfs een naam voor: snurkschaamte. Totaal onnodig, want je kunt er zelf weinig aan doen. Maar er zijn wel degelijk oplossingen.”

Tandenknarsen kan door merg en been gaan, maar zelf hoor je het nooit. Hetzelfde geldt voor snurken. Dat komt doordat onze hersenen alle geluiden die we zelf maken wegfilteren.

Huisarts bezoekje

In principe is snurken onschuldig. Maar bij mensen met slaapapneu verslapt de tong zodanig dat de volledige luchtweg wordt afgedekt. Omdat je hersenen willen voorkomen dat je stikt, zorgen zij ervoor dat je wordt gewekt. Dit gebeurt soms wel tien of twintig keer per nacht. Snurk je en sta je vaak op met hoofdpijn of ben je erg vermoeid? Je huisarts kan je doorverwijzen naar een slaapcentrum om vast te stellen of er bij jou sprake is van slaapapneu.

Don’t try this at home

We associëren snurken vaak met het klassieke ronkende snurkgeluid dat we kennen uit films en series. “Maar je kunt ook snurken in de vorm van blazen, fluiten of zwaar ademhalen,” zegt Olivier Tielemans. Veel mensen denken dat ze snurken kunnen tegengaan door met hun mond dicht te slapen. Er is zelfs een trend gaande waarbij mensen hun mond met tape dichtplakken. Don’t try this at home, want het is niet gezonder, beter of snurkvrijer. Tielemans: “Als je met je mond dicht slaapt, komt het snurkende geluid gewoon via je neus naar buiten.”

Bron: Margriet

Goede oordoppen zijn het investeren waard en nog 3 tips om een (snurk)scheiding te voorkomen

Geschreven door: Fleur Baxmeier

Ruzie met je partner omdat je ’s nachts hele bossen omzaagt enn nooit meer op vakantie in een tent. Er wordt vaak lacherig gedaan over snurken, maar voor veel mensen is het een groot probleem.

4 tips om een (snurk)scheiding te voorkomen

  1. Ga het gesprek met elkaar aan en onderzoek mogelijke opties, zodat jullie allebei weer lekker kunnen slapen. Kies hiervoor een goed moment, en nee, dat is niet ’s nachts als de irritatie door je lijf giert en je je partner het liefst met een kussen zou smoren.

  2. Maak er geen aanklacht van (‘Jij houdt me uit mijn slaap!’), maar een gezamenlijk project: Samen Optimaal Slapen (SOS). Zodra je de schuldvraag wegneemt, zal de ander minder snel in de verdediging gaan en ontstaat er ruimte voor een oplossing.

  3. Investeer in goede oordoppen. Het is de makkelijkste manier om de regie over je nachtrust terug te pakken, zonder dat je partner de kamer hoeft te verlaten. Tip: Mack’s earplugs, gemaakt van superzacht schuim en perfect voor langdurig gebruik.

  4. Maak er een running gag van in plaats van een bron van wrok. Een zachte por met de tekst: ‘Schat, je bent weer een heel oerwoud aan het omzagen’ werkt duizend keer beter dan een nijdige trap onder de dekens.

De zin en onzin van snurkoplossingen

Op je zij slapen
“Je tong zakt ook naar beneden als je op je zij ligt, dus er is alsnog sprake van een vernauwing. Maar we zijn niet symmetrisch, dus het kan zijn dat je keeldoorgang links groter is dan rechts, of andersom. Dat kan ervoor zorgen dat je op je ene zij wel snurkt en op je andere zij niet.”

Neuspleisters of spreaders
“Als je slaapt, werkt je neus op precies dezelfde manier als overdag. En ik heb nog nooit iemand zien snurken die wakker is. De grootst mogelijke onzin.”

Tennisbal op je rug
“Elke keer als je je omdraait, word je wakker van die tennisbal. Dat activeert je tong en daarom stopt het snurken, maar dat duurt maar heel kort. Het is bovendien erg slecht voor je nachtrust.”

Tandpasta op je bovenlip smeren
“Het idee hiervan is dat je tong niet wegzakt, omdat je in je slaap aan je bovenlip likt. Maar je hersenen zijn niet gek. Zodra zij weten: die tandpasta zit er elke nacht, verslapt je tongspier weer.”

Elektronische buikgordel
“Hetzelfde idee als een tennisbal in je rug of een por in je zij. Het geeft een pijnprikkel, waardoor je wakker wordt en stopt met snurken. Maar zodra je in slaap valt, begin je weer met snurken.”

Operatie
“Vroeger werd gedacht dat het inkorten van de huig en het straktrekken van het gehemelte snurken zou tegengaan. Soms werkte dat, zeker in het begin. Maar de operatie was zeer pijnlijk en op den duur zakte de tong meestal toch weer de luchtweg in.”

Snurkbeugel
“Dit stopt het snurken bij veel mensen, omdat de beugel ervoor zorgt dat je luchtweg vrij blijft. Het is even wennen, maar je bent af van alle slapeloze nachten. De totale kosten zijn zo’n €1.100. Verandert er iets aan je gebit, dan wordt de beugel kosteloos aangepast.”

De luidste snurk ter wereld

Er is sprake van snurken als iemand een geluid maakt dat harder is dan 40 decibel, vergelijkbaar met een rustig gesprek of zachte achtergrondmuziek. Gemiddelde tot luide snurkers zijn goed voor zo’n 50 tot 70 decibel, wat net zo luid is als een wasmachine of een drukke kantooromgeving. Een harde snurker komt makkelijk aan 70 tot 80 decibel, wat neerkomt op het geluid van een stofzuiger, grasmaaier of vrachtwagen.

De luidste snurk ter wereld, opgetekend in het Guinness Book of Records, was die van de Zweed Kåre Walkert en bedroeg 93 decibel, vergelijkbaar met een passerende vrachtwagen of zwaar elektrisch gereedschap.

En meer cijfers…

Naar schatting snurkt ongeveer 45 procent van de wereldbevolking af en toe. Of je wel of niet snurkt, is veelal een genenkwestie. Mensen in Azië snurken bijvoorbeeld vaker en harder dan mensen uit westerse landen, wat te maken heeft met hun lichaamsbouw.

Alcoholgebruik vergroot de kans op snurken met 50 procent, omdat je spieren meer verslappen. Ook slaapmedicatie, antidepressiva, zwangerschap en overgewicht vergroten de kans op snurken.

Na de overgang gaat 1 op de 10 vrouwen alsnog snurken. Dat heeft te maken met de veranderende hormoonhuishouding. Je schildklier zet wat op, waardoor je keel nauwer wordt.

Bron: Margriet

Expert geeft antwoord op de meest gestelde vraag van mensen die slecht slapen: ’Daar zit voor veel mensen de echte winst’

In spreekuur beantwoorden medisch specialisten vragen van lezers. Deze keer: ’Wat is beter? Eerder naar bed of later opstaan?’ Slaapexpert Floris Wouterson legt uit.

Dit is misschien wel de meest gestelde slaapvraag die ik krijg. En opvallend genoeg denken veel mensen dat er één universeel antwoord bestaat.

Maar zo eenvoudig is slaap niet. Wie structureel te weinig slaapt, heeft natuurlijk baat bij meer slaapuren. Alleen zit de echte winst vaak niet alleen in méér slapen, maar in beter aansluiten op je biologische ritme. En daar gaat het vaak mis.

Veel mensen proberen vroeger naar bed te gaan, terwijl hun lichaam daar eenvoudigweg nog niet klaar voor is. Ze liggen dan om half tien braaf onder de dekens, maar liggen vervolgens een uur wakker te woelen en te draaien. Dat werkt frustrerend en geeft het gevoel dat ze „slecht slapen”, terwijl hun interne klok eigenlijk gewoon nog niet in slaapmodus staat.

Regelmaat speelt enorme rol

Anderen doen precies het tegenovergestelde. Ze blijven te laat doorgaan met werk, Netflix of scrollen op hun telefoon, terwijl hun lichaam eigenlijk al signalen geeft dat het wil slapen. Ook dat wringt met je ritme. Wat blijkt uit slaaponderzoek? Regelmaat speelt een enorme rol. Mensen die ongeveer op vaste tijden slapen en opstaan, functioneren vaak beter dan mensen die wel genoeg uren maken, maar constant wisselen in ritme.

Een grote Europese studie van chronobioloog Till Roenneberg ondervroeg meer dan 55.000 deelnemers. De conclusie: mensen die structureel leven tegen hun biologische klok slapen aantoonbaar slechter en hebben meer last van vermoeidheid overdag. Ongeacht het aantal uren slaap. Dit verschijnsel noemen ze ook wel social jetlag.

Passend bij je biologsiche klok

In mijn praktijk zie ik daarom vaak dat later opstaan niet de echte oplossing is. Wie elke ochtend moeite heeft om op gang te komen, heeft meestal niet alleen een tekort aan uren, maar ook een ritme dat niet goed afgestemd is.

De belangrijkste vraag is dus niet alleen hoeveel uur je slaapt, maar vooral: slaap je op momenten die passen bij jouw biologische klok? Want iemand die op het juiste moment slaapt, wordt vaak energieker wakker met minder uren dan iemand die langer slaapt op het verkeerde moment. En precies daar zit voor veel mensen de echte winst.

Bron: Telegraaf

Slecht geslapen door de warmte? Tips: zo kom je de komende plaknacht door

Amsterdam– Met een temperatuur tot 32 graden voor de boeg overdag dreigt het in de slaapkamer ook een warm nachtje te worden. De plaknacht is in aantocht! Maar hoe kom je zo’n warme periode nou eigenlijk door? „Pak vooral geen koude douche voor het slapen”, adviseert slaapexpert Talja Lambert.

Het was de afgelopen dagen al aardig warm, maar vandaag gaat daar nog een schepje bovenop.. Dat betekent dat ons lichaam ook extra is opgewarmd en het lastig kan zijn om deze warmte kwijt te raken.

„Het probleem is dat je lichaam moet afkoelen om in slaap te vallen. In de winter niet zo’n probleem, maar in de zomer is het anders. Dan gaan we woelen en draaien”, vat Lambert, de oprichter van Saraja Slaapcursus de problemen samen.

Piekeren

Wat je ook doet, zegt Lambert, ga niet liggen piekeren. „Je bent echt niet de enige die wakker ligt in die warmte. Volg rustig je ademhaling en probeer zo in slaap te komen.”

Petfles in de vriezer

Ze heeft meer tips voor de mensen die zonder airco de plaknachten wat dragelijker willen maken. De eerste vergt enige voorbereiding. „Vul een petfles met water en leg die in de vriezer. Zet een paar uur later een ventilator aan met de fles ervoor. Dan blaas je die koelte de slaapkamer in.” En als je toch met de vriezer in de weer bent: daar kan je ook de lakens even in leggen.

Koude douche

Mensen die denken lekker een koude douche te pakken voor het slapen gaan, doen het helemaal fout. „Door het koude water trekken je bloedvaten samen. Dan kan je geen warmte uit je lichaam meer kwijt. Dus pak juist een warme douche.”

En daarna bij voorkeur even een wijd, katoenen T-shirt aan. Bloot slapen is namelijk geen aanrader. „Als je gaat liggen zweten in je slaap, koelt je huid te veel af en word je wakker van de rillingen. Een shirt neemt het zweet op”, zegt Lambert. Een dun laken over het blote lijf kan natuurlijk ook, maar de kans bestaat dat je dat in je slaap van je af gooit.

Niet sporten

Verder is het verstandig om ’s avonds niet te gaan sporten in de hitte. „Overdag sporten is natuurlijk geen doen, maar verplaatsen naar de avond is ook niet slim. Dan ben je nog te actief als je in je bed kruipt en warm bovendien. Dus ga lekker in de ochtend, als het ook nog niet zo warm is.”

Bron: Telegraaf

Snurken niet altijd zo onschuldig als het lijkt, waarschuwt expert: ’Sluipmoordenaar voor energie, focus en gezondheid’

In de rubriek Spreekuur beantwoorden specialisten vragen van lezers. Dit keer: Mijn partner snurkt. Moet ik me zorgen maken of hoort dit er gewoon bij? Slaapexpert Floris Wouterson geeft antwoord.

Die vraag krijg ik vaker dan je denkt. Snurken wordt vaak lacherig weggewuifd. „Ach, dat doet iedereen wel eens.” Of: „Niet mijn probleem, maar dat van mijn partner.” Maar zo onschuldig is het niet altijd.

In veel gevallen is snurken namelijk niet alleen een geluid, maar een signaal. Regelmatig zien we dat er ook sprake is van milde slaapapneu. Daarbij stokt de ademhaling tijdens de slaap telkens even, vaak zonder dat iemand zich daarvan bewust is. Het lichaam wordt als het ware steeds kort wakker getriggerd, waardoor diep herstel uitblijft.

Dat zie je overdag terug. Minder scherp, sneller fouten maken, vermoeid wakker worden. Sommige mensen hebben hoofdpijn bij het opstaan of een droge mond. Klachten die vaak los van elkaar worden gezien, maar in de praktijk opvallend vaak dezelfde oorsprong hebben.

Slaaphouding

Wat weinig mensen weten, is dat snurken in ongeveer 75 procent van de gevallen afhankelijk is van de slaaphouding. Vooral op de rug nemen de klachten toe. En daar zit meteen de kans. Door te voorkomen dat je ’s nachts op je rug draait, kan de belasting op je lichaam al flink afnemen.

Dat klinkt simpel, maar is het niet. Je draait onbewust. Wilskracht helpt daar niet. Daarom zie je dat oude oplossingen zoals tennisballen in een shirt zelden worden volgehouden. Moderne hulpmiddelen (bekend onder de naam Slaap Positie Therapie) geven subtiele prikkels waardoor je automatisch weer op je zij draait, zonder dat je slaap echt wordt verstoord. En juist dat maakt het verschil.

Snurken lijkt iets kleins, maar onbehandeld kan het een stille sluipmoordenaar zijn voor je energie, je focus en uiteindelijk ook je gezondheid. Misschien is het dus minder onschuldig dan het klinkt. En precies daarom de moeite waard om er eens serieus naar te kijken.

Bron: Telegraaf

Vermoeidheid in voorjaar erkend fenomeen of handig label voor je dip? ’Niet zo onschuldig als we denken’

De zomertijd is ingegaan, de lente is officieel begonnen, de dagen worden langer en de zon laat zich vaker zien. Alle reden om met frisse energie aan dit nieuwe seizoen te beginnen. Toch geldt dat niet voor iedereen. Veel mensen zeggen rond deze tijd van het jaar last te hebben van ’voorjaarsvermoeidheid’. Waar wordt dit door veroorzaakt? En is het een erkend fenomeen?

Tara van Geldorp
Verslaggever lifestyle

Bert Lenaert is universitair docent gezondheidsbevordering aan de Universiteit Maastricht en doet als psycholoog onderzoek naar vermoeidheid en slaap. Volgens hem ervaren mensen die spreken van voorjaarsvermoeidheid klachten als futloosheid, weinig energie en algemene vermoeidheid.

„Soms hebben ze ook weinig motivatie of zin om aan activiteiten te beginnen. Het kan gepaard gaan met concentratieproblemen of een verhoogde prikkelbaarheid. In de volksmond wordt het vaak omschreven als opstartproblemen, zoals een cabrio die de hele winter in de garage heeft gestaan. Het lichaam staat nog in wintermodus”, vertelt hij.

Toch benadrukt de slaapexpert: „Het is geen erkende medische aandoening. Er is dus ook geen directe medische behandeling nodig.” Op de vraag of het fenomeen bestaat, antwoordt hij dan ook: „Ja en nee.”

Geen wetenschappelijk bewijs

Hij licht toe: „Aan de ene kant wel, omdat mensen het ervaren en herkennen bij zichzelf. Aan de andere kant laat wetenschappelijk onderzoek zien dat er weinig bewijs is voor echte seizoensvariaties in vermoeidheid. Als die er al zijn, dan zeker niet wanneer de dagen langer worden.”

Volgens Lenaert is er meer bewijs voor een winterdip. „Dat kan zich uiten in vermoeidheid, maar ook in een veranderende stemming. Zo bestaat er bijvoorbeeld winterdepressie, gekenmerkt door somberheid of het verlies van plezier of interesse in dagelijkse activiteiten. Typisch aan winterdepressie is dat deze doorgaans vanzelf verdwijnt wanneer de dagen weer langer worden in de lente.”

Nieuw onderzoek

Omdat er weinig wetenschappelijk bewijs is voor voorjaarsvermoeidheid, deed de Universiteit van Bazel onderzoek naar dit fenomeen. Ruim 400 mensen uit drie Europese landen namen deel. Opvallend genoeg gaf 47 procent van de deelnemers aan last te hebben van voorjaarsvermoeidheid.

Dezelfde deelnemers werden gedurende een jaar op verschillende momenten bevraagd over hun slaapkwaliteit en mate van vermoeidheid. Daaruit bleek dat er geen duidelijke pieken waren in bepaalde maanden of seizoenen. Wel voelden mensen zich minder moe op dagen met meer daglicht.

Hoewel veel mensen het fenomeen herkennen, tonen deze metingen geen seizoensgebonden schommelingen in vermoeidheid of slaapkwaliteit. Volgens de onderzoekers is de beleving van ’voorjaarsvermoeidheid’ mogelijk eerder het gevolg van culturele verwachtingen en zelfbevestiging dan van een daadwerkelijk lichamelijk patroon.

’Handig label’

Lenaert zegt hierover: „Een mogelijke verklaring is dat het een handig label is dat wordt geplakt op een vaag gevoel van vermoeidheid. In het voorjaar noemen we dat voorjaarsvermoeidheid, terwijl we het in de zomer eerder aan de hitte toeschrijven.”

„Daarnaast kan het meespelen dat mensen het er onderling over hebben: ’de voorjaarsvermoeidheid komt er weer aan’. Die verwachting alleen al kan een krachtig effect hebben op hoe mensen signalen van hun lichaam interpreteren en benoemen.”

Waar wél duidelijk wetenschappelijk bewijs voor is, is dat veel mensen last hebben van de overgang naar de zomertijd. Volgens de slaapexpert gaat het om ongeveer een kwart van de bevolking. „Feit is dat we afgelopen weekend een uur korter hebben geslapen. Je kan spreken van een mini-jetlag. Door die slaapdeprivatie is er in de dagen na de overgang zelfs een licht verhoogde kans op hartinfarcten en beroertes. Het is dus zeker niet zo onschuldig als we soms denken.”

Tips

Voor mensen die zich vermoeid voelen in het voorjaar, adviseert Lenaert hetzelfde als bij ’gewone’ vermoeidheid: „We hebben een biologische klok in onze hersenen die sterk reageert op daglicht. Beweging en naar buiten gaan, dus het opzoeken van zonlicht, helpen om je energieniveau te verhogen. Het stimuleert ook de vitamine D-productie en heeft een positief effect op je stemming.”

Als je last hebt van een soort jetlag door de zomertijd, geeft hij nog een praktische tip: „Omdat het ’s ochtends eerder licht wordt, kun je ongewenst vroeg wakker worden. Zorg daarom dat je slaapkamer goed verduisterd en koel is.”

Tot slot adviseert de slaapexpert om niet extra vroeg naar bed te gaan omdat je een uur eerder moet opstaan. „Dat werkt juist averechts. Luister naar je lichaam en ga pas naar bed als je echt slaperig bent. Anders lig je alleen maar te woelen en te piekeren omdat je niet kan slapen. Ga liever iets later naar bed, zodat je sneller in slaap valt.”

Bron: Telegraaf

Mogen we snurkapps zomaar geloven? “Deze app is gratis en vrij betrouwbaar. Maar verwacht nooit een diagnose”

Je partner geeft aan dat je ’s nachts hebt gesnurkt. Een snurkapp op je smartphone daarentegen brengt volledige nachten in kaart en detecteert patronen. Mag je de uitkomst zomaar vertrouwen?

Hanne Vandenweghe

Van ‘SnoreLab’ en ‘SnoreClock’ tot ‘Do I snore or grind’ en ‘Goodsomnia’: het aantal apps – met of zonder wearable – die snurkgedrag detecteren is niet op één hand te tellen. De hoofddoelen van elke toepassing? Checken of je snurkt, hoe vaak je het doet, hoe luid en of er een onderliggend probleem kan zijn. ’s Morgens wordt de gebruiker wakker met een snurkscore die de nacht in een grafiek giet. Is meten in dit geval ook weten? Zijn de gegevens wel echt betrouwbaar en wat heb je aan zo’n snurkrapport?

“We hebben enkele jaren geleden verschillende apps vergeleken met een klassiek slaaponderzoek. Daaruit bleek dat de toepassingen wel degelijk in staat zijn om gesnurk te detecteren. Het hangt er wel van af waar je de drempel legt en hoe gevoelig de app is. Sommige apps registreren ook trillingen. Daarvoor moet de gsm weg van je nachtkast en op je matras, wat je partner mogelijk hindert” zegt slaaparts prof. Johan Verbraecken coördinator van het UZA-slaapcentrum.

Valkuilen

“Een snurkapp werkt via geluidsregistratie. Het positieve is dat microfoontjes van huidige telefoons al heel goed zijn”, zegt prof. dr. dent Miche De Meyer. “Achter die apps zit software met bepaalde algoritmes, maar die worden niet overal vergeleken met een gewone slaapstudie waarin álle ijkingen zitten verweven. Geluid is in principe makkelijk op te nemen, al is het specifiëren naar welk soort geluid moeilijk. Snurkgeluiden hebben te maken met volume en frequentie en zijn wetenschappelijk nog niet goed gedefinieerd.” Stel: het is een zwoele zomernacht, de ventilator zoeft naast je bed en kan door de app misschien fout worden geïnterpreteerd. En wat als niet jij, maar je verkouden partner die doorgaans geruisloos slaapt, plots begint mee te snurken?

“Een valkuil van apps is dat sommige werken met een vragenlijst voor de snurker, maar die hoort zichzelf natuurlijk niet. Weinig vragenlijsten richten zich op de bedpartner”
Prof. Dr. dent. Miche De Mever

“Mensen die zo’n app willen gebruiken, voldoen best aan enkele gebruiksvoorwaarden. Ga in een geluidsarme kamer liggen zonder partner om zoveel mogelijk ander lawaai te elimineren, Ook in een ander bed liggen, is zinvol”, aldus De Meyer. “Een andere valkuil van apps is dat sommige werken met een vragenlijst voor de snurker, maar die hoort zichzelf natuurlijk niet. Onze hersenen zijn niet getraind om ons eigen gesnurk te horen. Weinig vragenlijsten richten zich op de bedpartner, die de lijsten correcter zou kunnen invullen. Al is die het gesnurk misschien al zo gewoon, dat die ook niet alles goed invult.”

Slaapapneu

Snurken zonder meer is vooral een sociaal issue. Om de geluidsoverlast voor je naasten te beperken, kan men de levensstijl onder de loep nemen. “Veel hangt af van de voeding, (over)gewicht, alcoholinname, vermoeidheid stresslevel en de positie waarin je ligt. Afvallen kan veel verschil maken, net als alcohol vermijden. Ook beweging helpt geweldig goed om vocht van in de benen beter af te voeren. Datzelfde vocht kan in liggende houding anders in de keel terechtkomen (fluid shift) en tot gesnurk leiden”, zegt Verbraecken.

“We zien dat apps soms apneus detecteren die er geen zijn”
Prof. Johan Verbraecken Slaaparts, coördinator UZA-slaapcentrum

“Een medisch snurk- of apneuprobleem ontdekken met behulp van een app is volgens de experts een ander verhaal, omdat zowel snurken als slaapapneu geen constanten zijn. We zien dat apps soms apneus – adempauzes tijdens het snurken – detecteren die er geen zijn. Zijn ze er wel, dan worden ze soms gemist. Bij meerdere van onze patiënten is op basis van appgebruik apneu gediagnosticeerd”. aldus Verbraecken.

De Mever voegt toe dat apps kunnen helpen om een mogelijk probleem aan de oppervlakte te brengen en te motiveren om er iets aan te doen. “SoundSleep, bijvoorbeeld, is gratis en vrij betrouwbaar. Verwacht nooit een diagnose louter een indicatie. Ervaar je bijkomende klachten, zoals een droge mond en/of dagvermoeidheid, dan is het altiid aanbevolen om naar een erkend slaapcentrum of NKO-arts te stappen. Elke Belg heeft recht op één slaapstudie per jaar. Deze is bijna volledig terugbetaald. De stap zetten om naar het ziekenhuis te gaan voor een slaaponderzoek, is voor veel mensen echter nog een drempel”, zegt De Meyer.

Van daverend tot draaglijk

De Meyer:
• 90 tot ongeveer 95 decibel: het ‘snurkrecord’, even luid als een grasmaaier.
• Vanaf 50 à 55 decibel: zone waarin mensen naast je gezondheidsproblemen kunnen ontwikkelen.
• Onder 45 decibel: veilig, maar sterk afhankelijk van geluidssensitiviteit van de bedpartner.

Aan snurkproblemen met medische achtergrond valt iets te doen. “Bij ontstekingen van de bovenste luchtweg kan een neusspray misschien al voldoende helpen. Bij snurken of lichte slaapapneu kan een op maat gemaakte mondbeugel soelaas bieden. Daarbij wordt de onderkaak naar voren geplaatst, waardoor de bovenste luchtpijp verbreedt. Bij ernstige apneu is een cpapmasker vaak de oplossing. In laatste instantie, wanneer een cpap of mondbeugel te weinig effect heeft, wordt chirurgie in overweging genomen. Mensen zonder slaapapneu kiezen soms ook voor een cpap, maar in hun geval is de behandeling niet terugbetaald”, besluit De Meyer.

Bron: Nieuwsblad

Op je buik, rug, linker- of rechterzij? Slaapexpert tipt: dit is de beste houding in bed

Wat is de beste positie om te slapen? En hoe erg is het om veel te draaien of midden in de nacht wakker te worden? We vragen het op deze Internationale dag van de slaap aan slaapfysiotherapeut Hidde Hulshof. „De slaapkwaliteit van Nederlanders is de afgelopen tien jaar verslechterd. Zowel mentaal als fysiek.”

Als fysiotherapeut zag Hulshof veel mensen in de praktijk met nek- en rugklachten door het slapen. „Het is het natuurlijk altijd gissen hoe iemands slaapgedrag is geweest.” Met de TU Delft ontwikkelde hij twaalf jaar geleden een SlaapID-sensor om dat te meten. Vervolgens deed hij samen met de VU in Amsterdam wetenschappelijk onderzoek en richtte hij afgelopen jaar het SlaapKennisCentrum op.

Slaap is een hot topic. Steeds meer mensen gebruiken wearables om hun slaap te evalueren. „Mensen willen gewoon weten of ze goed geslapen hebben”, zegt Hulshof. Het hele idee van slapen is volgens hem veranderd. „Vroeger dachten we: ’ik heb acht uur geslapen en dat is goed’. Nu kijken we naar de kwaliteit van de slaap, al is dit lastig betrouwbaar en valide te meten.”

Hulshof weet uit eigen onderzoek – 78.000 nachten aan data – en wetenschappelijke studies hoe lang de gemiddelde Nederlander in bed ligt. Zo’n acht uur lang, waarvan slechts dertien procent de hele nacht doorslaapt.

Van positie draaien doen we allemaal: gemiddeld veertig keer per nacht. Te veel bewegen kan volgens Hulshof overigens een signaal zijn dat het lichaam geen stabiele, comfortabele positie vindt.

 

Wat is de favoriete houding van Nederlanders in bed? En is dat wel de beste positie? Hulshof licht toe.

Rugslapers

Met stip op nummer 1 staat de rugslaper. Een optimale houding volgens de slaapfysio. „Al komt daar vaak nog gesnurk bij kijken.” Rugslapers bewegen volgens de fysio weinig tijdens de slaap, dus het nadeel kan zijn dat je wat stijver in rug en nek wakker wordt.

Zijslapers

Op de tweede plek staat de combinatie rug/zij en buik/zij. „De tussenpositie ofwel de wokkel”, zegt Hulshof. „Het is een belastende houding. Een langdurige tussenhouding geeft te veel druk op de wervelkolom waardoor je rugklachten kan krijgen.” Een ondersteunend kussen of een ’slaapmaatje’ kan helpen om stabiel op de zij te liggen.

Welke zijkant is het beste?

Sommigen liggen links op hun zij, sommigen rechts. Welke is het beste? Volgens de slaapfysio is er wetenschappelijk bewijs dat de rechterzijde de beste positie is. „Vooral voor mensen met refluxklachten. Ook de doorbloeding van het hart (dat links zit) komt aan de rechterkant beter tot zijn recht.”

Buikslapers

Slapers op de buik zijn in de minderheid. Daar zitten volgens Hulshof ook wel wat nadelen aan. „Soms is ademhalen lastiger door de druk op de longen. Het is ook een houding die de nek dwingt te roteren, vaak geeft dat druk in de lage onderrug. Lig je in de nacht langdurig op de buik dan word je stijf en kun je rugklachten hebben als je opstaat.”

Uit slaapgegevens blijkt overigens dat we naar mate we ouder worden, minder op de buik gaan slapen en meer in tussenhoudingen gaan slapen.

T-rex slapers

Dan zijn er ook nog de zogeheten T-rex slapers: met ingeknepen vuisten voor de borst. „Stress uit zich in de nacht”, zegt Hulshof. „Soms staat zelfs het hele lichaam op spanning. Kijk of je meer ontspannen naar bed kunt gaan; zorg dat je de dag goed afbouwt. Dat kan met ademhalingsoefeningen of door je gedachten op te schrijven om het brein te klaren.”

 

Top 5 klachten door het slapen

1.      Rugklachten

2.      Klimaat/transpiratieklachten

3.      Schouderklachten

4.      Snurken (vaker door mannen)

5.      Nekklachten

„Klimaatklachten worden vooral door vrouwen ervaren”, zegt Hulshof. Zij strubbelen in het leven vaak met hormonen, tijdens zwangerschap en de overgang. Daar wordt best weinig bekendheid aan gegeven.”

Het ideale dekbed neemt volgens de fysio vocht op en reguleert temperatuur. „Denk aan wol of kamelenhaar. Zorg voor katoen en zijde in het hoeslaken. Gebruik in ieder geval geen synthetische materialen.”

Matras-tip

Maak een ’slaapselfie’ terwijl je in zijligging op je huidige matras en hoofdkussen ligt. Een slaapfysio kan beoordelen of jouw ruggengraat goed recht is en adviseert over een matras en hoofdkussen. „Je mag in ieder geval niet doorzakken op je matras”, waarschuwt Hulshof.

Bron: Telegraaf

Knikkebollen achter je laptop? Slaapexpert geeft tips: zo pak je de perfecte nachtrust

Het ene moment nog schijnbaar klaarwakker, het volgende moment ver weg in dromenland. Als het goed is tenminste. Slaap blijft een bijzonder fenomeen. Maar hoe merk je dat je eigenlijk te weinig slaapt? Slaaptherapeut dr. Ingrid Verbeek zet de belangrijkste signalen op een rijtje.

Redacteur Vrij

Niet in kunnen slapen, te vroeg wakker worden, midden in de nacht liggen piekeren oftewel ’plafonddienst hebben’, het zijn bekende slaapproblemen waar bijna iedereen vroeg of laat weleens mee te maken krijgt. In Nederland zijn verschillende gespecialiseerde instituten, academische ziekenhuizen en onderzoekscentra actief op het gebied van slaap.

„Veel mensen zien slaap als een soort black box,” weet Ingrid Verbeek. De gepromoveerde slaaptherapeut werkt bij het Centrum voor Slaapgeneeskunde van expertisecentrum Kempenhaeghe en schreef onder andere het hulpboek Rustig Slapen.

„Als je gaat slapen ga je ’uit’ en word je wakker dan ga je weer ’aan’. Maar zo werkt het niet. De nacht is de spiegel van de dag: eventuele onrust neem je mee die nacht in en werkt negatief door in de kwaliteit van je slaap.”

’Je kunt je lichaam zien als een motor’

Je kunt dus heel goed die zogenaamd perfecte acht uur maken, maar toch overdag de aandrang hebben om in slaap te vallen. „Je kunt je lichaam zien als een motor. Heeft die motor de hele dag op volle snelheid gedraaid en is dus oververhit geraakt? Dan kun je niet verwachten dat je lichaam en geest van de ene op de andere minuut in de ideale slaapstand komen.”

Het gaat om balans. „Overdag regelmatig ontspannen en de motor even op een laag pitje zetten, zodat je goed door kunt glijden in de nacht en in je slaap.”

Verbeek plaatst kanttekens bij die ’perfecte acht uur’. „Dat is ooit bedacht door een industrieel die het handig vond een etmaal in drie parten te verdelen. Acht uur werken, acht uur slapen en acht uur andere activiteiten. In de praktijk bestrijkt een goede nachtrust gemiddeld een uur of zeven, waarvan de eerste vijf uur slaap het belangrijkst zijn.”

„De eerste vijf uur slaap zijn het belangrijkst”

Dr. Ingrid Verbeek
Gepromoveerd slaaptherapeut

Vooral jongere mensen ondervinden dan de diepste (drie) slaapcycli, de herstellende fases van de slaap. Ouderen, en de fysiologische veroudering begint al rond de 45, slapen ook gedurende deze eerste drie cycli minder diep en zijn dus gedurende de nacht sneller (even) wakker. „Slaappatronen veranderen met de leeftijd.”

Hoeveelheid nachtrust het best meten tijdens vakantie

Hoe kom je er eigenlijk achter wat een goede hoeveelheid nachtrust is? „Dat kun je het best meten tijdens een vakantie zonder veel actieve verplichtingen. In de tweede week, als je bent hersteld van eventuele stress en spanning, kijk je hoe laat je je slaperig voelt en ga je naar bed. Vervolgens check je hoe laat je vanzelf wakker wordt en hoeveel uur je erop hebt zitten.”

„Met een woordspeling op een vuurwerkcampagne zeg ik altijd: je bent een rund als je met je slaap stunt. Niet alleen slaperigheid overdag, maar ook weinig energie hebben, niet fris en fit zijn, prikkelbaarheid en concentratieproblemen zijn belangrijke signalen dat je niet genoeg slaap krijgt.”

Hoewel slechts weinigen in de vroege ochtend meteen fris en fruitig het bed uitspringen. Bijna iedereen moet even op gang komen: water drinken, even wat daglicht opnemen, ontbijten, wandelen met de hond. Ook dat is normaal, weet Verbeek. Mensen die stelselmatig te laat naar bed gaan, kunnen een slaaptekort opbouwen waarna ze in het weekend letterlijk bijslapen.

Met uitzondering van uitgesproken avondmensen is dit niet aan te raden, stelt de slaaptherapeut. Het ontbreken van een vast slaapritme (de tijden van naar bed gaan en opstaan) kan juist de oorzaak zijn van vermoeidheid.

Zorg voor ontspannen hoofd en lijf

Duur van de slaap, het slaapritme en het zorgen voor een ontspannen hoofd en lijf voor het naar bed gaan, zijn knoppen waaraan de therapeut als eerste draait bij slaapgebrek.

 “Pas daarna gaan we kijken naar medische oorzaken zoals apneu, die vervolgens moeten worden aangepakt. Buiten dat is het ook zo dat je jezelf een goede nachtrust moet gunnen. Slaap is geen black box maar een broodnodig herstel van lichaam en geest, waarop je zelf zeker invloed hebt. Heb je klachten, ga dan naar de huisarts en bekijk samen welke aanpak voor jou kan werken.”

Het belang van warme voeten

Nog een paar huis- tuin en keukentips van slaaptherapeut Ingrid Verbeek. „Heel simpel: zorg voor warme voeten. Met koude voeten kun je niet slapen. Niks mis met slaapsokken. Ga niet met een volle maag naar bed maar ook niet rammelend van de honger, neem dan een kleine eiwitrijke snack. Vermijd cafeïne en nicotine vanaf een uur of vijf voor je gaat slapen. Alcohol zorgt misschien dat je snel inslaapt maar de slaapkwaliteit gaat naar beneden. Geen slaapmutsjes nemen dus.”

Bron: Telegraaf

Angelique (47) heeft slaapapneu: ’Het is niet de meest sexy aandoening als je aan het daten bent’

Slapen als een roos is voor Angelique Pruijssen (47) niet vanzelfsprekend. Ze lijdt aan slaapapneu, een slaapstoornis waardoor ze ’s nachts regelmatig stopt met ademen. Angelique woont samen met haar twee dochters.
48 minuten geleden
Ik ontdekte dat ik apneu heb…

„In 2016, doordat het mijn toenmalige partner opviel dat ik ’s nachts regelmatig stopte met ademen. Daarnaast had ik andere klachten, zoals chronische vermoeidheid, hoofdpijn, rusteloze benen, kramp in mijn voeten en heel erg tandenknarsen, maar dit alles was niet direct aan elkaar te linken. Na een slaaponderzoek bleek dat ik inderdaad slaapapneu heb: na een korte ademstop krijg je een schrikreactie, omdat je lucht tekortkomt. Vaak ben je je er zelf niet bewust van, en slaap je daarna weer verder.”

Een oplossing…

„Is er nog niet. Bij een septumcorrectie is het tussenschot van mijn neus rechtgezet. Dat bleek niets te doen. Daarna kreeg ik een CPAP-masker (dit houdt de luchtwegen open en blaast lucht naar binnen, red.), maar dat was niet goed op mij afgestemd, waardoor ik er niet mee kon slapen. Toevallig heb ik net weer een nieuw slaaponderzoek gehad, ik hoop dat daar een goed behandelplan uit voorkomt. Al is het alleen al om weer ongehinderd leuke dingen te kunnen doen, zonder last te hebben van continue moeheid.”

Het belemmert mij…

„In de zin dat ik veel sneller moe ben dan andere mensen. Dat kan op sociaal vlak een probleem zijn. Als anderen op stap gaan, lig ik meestal al op bed. Ik ben ook heel erg aangekomen, zonder dat ik iets veranderde aan mijn eet- of bewegingspatroon. De artsen hebben een sterk vermoeden dat het met mijn apneu te maken had, want dit kan zorgen voor veranderingen in je hormoonhuishouding. Omdat sporten en diëten niet hielpen om terug op gewicht te komen, ben ik in mei met hulp van de huisarts gestart met een afvalmedicijn. Inmiddels ben ik negen kilo kwijt! Dit gewichtsverlies heeft ook een positief effect op het aantal apneus.”

Schaamte…

„Komt er ook bij kijken. Mijn gebit is heel slecht door het extreme knarsen; ik sta nu zelfs op de wachtlijst voor bijzondere tandheelkunde. Ik slaap niet graag met iemand samen, omdat ik altijd bang ben dat ik de ander tot last ben. Ook in een tentje of op een slaapzaal ga ik niet snel liggen. En het is niet de meest sexy aandoening, iets wat je meteen vertelt als je met iemand aan het daten bent. Gelukkig heb ik nog nooit meegemaakt dat een man daarop afknapte, wat dat betreft heb ik geen negatieve ervaringen gehad. Maar het is natuurlijk wel schrikken als degene naast je ineens stopt met ademhalen.”

Bij vrouwen…

„Wordt slaapapneu veel te weinig gediagnosticeerd. De klachten zijn vaak veel vager dan bij mannen, bij wie je het bijvoorbeeld sneller merkt aan hard snurken. Vrouwen worden veel vaker zonder diagnose naar huis gestuurd of krijgen van de huisarts te horen: ’Het zal de overgang wel zijn.’ Als vrijwilliger van de ApneuVereniging vind ik het heel erg belangrijk dat juist vrouwen meer aandacht krijgen, want ze blijven veel langer met klachten rondlopen dan nodig is. En dat kan gevaarlijk zijn; het kan leiden tot onder andere hart- en vaataandoeningen, de ziekte van Parkinson en diabetes type 2. Huisartsen kunnen vrij makkelijk screenen op apneu, dus ik hoop dat ze vrouwen hierin serieuzer gaan nemen.”

Bron: Telegraaf